Haventje bij Langerlust komt er niet - +

Er komt geen haventje bij Langerlust. Dat is de uitkomst van een procedure die K-buurtbewoonster Aimee Cox heeft gevoerd tegen het besluit van de gemeente om een omgevingsvergunning voor de aanleg te weigeren. De rechtbank in Amsterdam vindt -na bijna een jaar- dat de gemeente dit besluit voldoende heeft gemotiveerd en de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen weigeren. Aimee Cox is vanzelfsprekend teleurgesteld: ‘Hiermee eindigt een periode van hoop met een teleurstellende uitkomst. Als het om het redden van een mensenleven ging zou ik doorgaan tot het gaatje, maar dit kost mij verder alleen maar geld en ziet er niet hoopgevend meer uit. Een schrale troost is dat de rechters nadrukkelijk aangaven dat ze niet oordelen of het een leuk plan is.’

Hieronder een deel van de uitspraak van de rechtbank van 26 februari:

Procesverloop

Op 17 april 2018 heeft het college geweigerd om aan Cox een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een haven (aanlegsteiger) in de rivier de Gaasp in Amsterdam.

Cox heeft hiertegen beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld op de zitting van 12 februari 2019. Cox was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde en door J. van Schuppen (planoloog). Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld. door drs. ing. B. Betzema (planoloog) en drs. ing. W.A. van Schagen (stedenbouwkundige).

Waar gaat het over in deze zaak?

1.                Cox wil in de Gaasp, ter hoogte van boerderij Langerlust, een aanlegsteiger bouwen van 220 meter met 48 private ligplaatsen, 6 passantenplekken, een aanlegplaats voor een rondvaartboot en elektro-oplaadpunten. Zij heeft hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd.

2.                Het college heeft het besluit op deze aanvraag voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbesluit met liet voornemen om de aanvraag te weigeren, heeft zes weken ter inzage gelegen. Cox heeft tegen dit ontwerpbesluit een zienswijze ingediend.

3.                Naar aanleiding van de zienswijze van Cox (en anderen), heeft het college opnieuw naar de zaak gekeken. Dit heeft niet’geleid tot een andere beoordeling: het college heeft de gevraagde vergunning op 17 april 2018 geweigerd. Deze weigering is gebaseerd op de volgende drie argumenten:

1)   de ligging en de omvang van de haven passen niet in de cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle kernmerken van het gebied;

2)   de haven heeft een overwegend geprivatiseerd karakter;

3) door het plan ontstaan parkeerproblemen in het gebied.

4.                Cox is het hier niet mee eens en is daarom in beroep gegaan bij de rechtbank. Op haar beroepsgronden zal hierna worden ingegaan.

Het toetsingskader van de rechtbank

5.                Niet ter discussie staat dat het project in strijd is met het bestemmingsplan `Gaasperdam’. Het college is bevoegd om bij strijd met het bestemmingsplan toch een omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van artikel 2.12, aanhef en eerste lid onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

6.                Het college heeft echter in deze zaak besloten om geen gebruik te maken van deze bevoegdheid. Omdat het college bij het maken van deze keuze een zekere beoordelingsruimte heeft, toetst de rechtbank deze beslissing terughoudend. Dat betekent dat de rechtbank in deze zaak geen eigen oordeel geeft over de vraag of de haven er zou moeten komen.

7.                De rechtbank beoordeelt in deze zaak alleen of het college zijn besluit voldoende heeft gemotiveerd en de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen weigeren. Hierbij is nog van belang dat het college op de zitting heeft toegelicht dat de weigering is gestoeld op drie argumenten, maar ieder van deze argumenten afzonderlijk kan deze beslissing dragen. De vraag is dus of één van de argumenten van het college de toets der kritiek kan doorstaan. De rechtbank zal eerst het argument beoordelen dat de haven niet past binnen de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken van het gebied.

De cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied

8.                Volgens Cox is het plan niet in strijd met de cultuurhistorische waarden van het gebied. Het zicht op de Gaasp zal door het project nauwelijks worden beperkt. Ook doet het project geen afbreuk aan de landschappelijke ligging van de Gaaspermolen. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (leidraad 2018) is van toepassing in deze zaak. Hierin staat niet dat de openheid van het landschap nabij het project een belangrijke waarde is. Op de zitting heeft Cox een e-mailbericht van Van Schuppen overgelegd, waarin dit standpunt van Cox wordt onderschreven.

9.                De rechtbank geeft Cox op dit punt geen gelijk en heeft hiervoor de volgende redenen. Het college baseert zich op het (negatieve) advies van de commissie RvE Ruimte en Duurzaamheid. Omdat deze commissie ter zake deskundig is, mag het college in principe van dit advies uitgaan. De rechtbank ziet geen redenen om dit uitgangspunt te verlaten. Het is de rechtbank namelijk niet gebleken dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen of andere gebreken vertoont. De opsteller van het advies legt bovendien duidelijk uit waarom hij vindt dat de haven niet past binnen de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken van het gebied. Hierbij is onder meer van belang geacht dat de beoogde haven een onbeschutte ligging heeft en door zijn omvang buitenproportioneel bepalend zal zijn in het uitzicht over de Gaasp en het open slagenlandschap van de Gemeenschapspolder. Op de zitting is namens het college nog toegelicht dat de Gaasp onderdeel uitmaakt van het veenrivierenlandschap en dat openheid bij dit type landschap een belangrijke waarde is. De rechtbank vindt deze motivering voldoende en aanvaardbaar. De argumenten van Cox leiden niet tot een andere beoordeling, ook als de leidraad 2018 van toepassing zou zijn in deze zaak. In deze leidraad staat namelijk onder andere (op pagina 8) dat de algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen te laten bijdragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek en aan het versterken van (de beleving van) openheid. Ook volgt uit de leidraad niet dat openheid van het landschap geen valide argument zou kunnen zijn.

10.             Dit leidt tot de conclusie dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft
kunnen stellen dat de haven niet past binnen de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied en dus niet ruimtelijk inpasbaar is. Al om deze reden heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning in redelijkheid kunnen weigeren. Het is daarom niet nodig de beroepsgronden te bespreken die Cox heeft gericht tegen de twee andere argumenten van het college om geen vergunning te verlenen.

Conclusie

11.             De rechtbank zal het beroep daarom ongegrond verklaren. Dat betekent dat Cox geen
gelijk krijgt. Bij deze uitkomst ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht. Foto: Aimee bij de beoogde locatie.

 

 


Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

Let op: het is niet de bedoeling om reclame te maken in reacties. Wilt u bezoekers van de site commercieel benaderen? Kijk dan bij adverteren.

Kantershof en zo © 2019. Alle rechten voorbehouden.

Powered by WordPress. Theme by BIGThemes.

Back to TOP